LinkedInYouTubeTwitter

2609 Begin bij de gemeente die je wilt zijn

Hoe vertaal je maatschappelijke ambities naar ruimte, voorzieningen en vastgoed? Op 10 september 2026, tijdens de bijeenkomst van het netwerk met hoofden beleid, staat die vraag centraal.

 

De bijeenkomst vindt plaats in de Rooie Cent in Amersfoort: een plek die zelf laat zien hoe maatschappelijk vastgoed ruimte kan bieden aan verenigingen, bewoners, maatschappelijke organisaties en lokale ondernemers.

 

De dag begint met een rondgang langs de deelnemers. Integrale huisvestingsplannen, referentiewaarden, multifunctioneel gebruik, cultuurhuisvesting en veranderende bevolkingssamenstellingen komen voorbij. We kijken vooruit naar de nieuwe colleges van B&W en hun ambities voor maatschappelijke voorzieningen en vastgoed.

Wat voor gemeente wil je zijn?

Bas van Tartwijk, afdelingshoofd Stedelijk Beleid bij de gemeente Breda, opent het inhoudelijke programma met een kanttekening bij het begrip ‘gebiedsgericht werken’. Zo’n aanpak begint vaak bij een kaart: welke woningen en voorzieningen moeten hier komen en hoeveel ruimte is daarvoor nodig? Dat kan succesvolle gebieden opleveren, maar maakt nog niet vanzelf de gemeente die je wilt zijn.

 

Breda kiest er daarom voor eerst op stedelijk niveau richting te bepalen. Het strategisch kompas van de stad vormt de rode draad voor investeringen, programma’s en gebiedsontwikkelingen. Vanuit die identiteit en ambitie wordt bekeken welke voorzieningen nodig zijn en waar deze het beste tot hun recht komen. Eerst komt de vraag wat een ontwikkeling aan de gemeente moet bijdragen. Daarna volgen programmering, investeringsagenda en vastgoedbeslissingen.

 

Gebiedsontwikkeling is daarmee meer dan een rekensom van vierkante meters, grondprijzen en opbrengsten. Economie, cultuur, onderwijs en ontmoeting dragen bij aan de ontwikkeling van een gebied. Andersom kan gebiedsontwikkeling ruimte creëren voor functies die maatschappelijk belangrijk zijn, maar niet vanzelfsprekend in een businesscase passen. Zijn introductie wordt goed ontvangen en wordt ook aangevuld. Welke gemeente ben je én wil je zijn? Het gaat om veranderingen in de gewenste richting en de mogelijkheid daarop te sturen.

Referenties en koppelkansen

Marc van Leent van Bijzondere Plekken laat zien hoe referentiewaarden kunnen helpen om de gewenste maatschappelijke ruimtebehoefte zichtbaar te maken. Hij heeft voor Bouwstenen allerlei landelijke referenties voor onder meer onderwijs, sport, zorg en ontmoeting samengebracht in een ruimtelijk en financieel model. Zo’n model maakt zichtbaar welke voorzieningen gemiddeld bij een bepaald aantal inwoners passen, hoeveel ruimte daarmee gemiddeld gemoeid is en waar in het algemeen ook financiering voor is. Vanuit de opgave kan het model worden bijgesteld en naar koppelkansen worden gezocht.

 

De toepassing op Griendtsveen maakte dat duidelijk. Dit kleine dorp kent een sterke gemeenschap, een actief verenigingsleven en een basisschool die door bewoners en ouders nadrukkelijk als voorziening van het hele dorp wordt gedragen. Puur op basis van kengetallen per sector zouden sommige voorzieningen moeilijk houdbaar lijken. Vanuit het verhaal en de organisatiekracht van het dorp ontstaat een ander beeld en zijn ook andere oplossingen mogelijk.

Ook de buitenruimte is een voorziening

Meervoudig gebruik kan ruimte besparen en maatschappelijke meerwaarde opleveren. Niet iedere combinatie is vanzelf succesvol. Financiering, beheer en verantwoordelijkheden moeten goed worden geregeld en de meerwaarde voor gebruikers vooropstaan.

 

In Oss wordt deze gedachte doorgetrokken naar de openbare ruimte. De gemeente werkt aan een aanpak voor bewegen, ontmoeten, spelen en sporten, waarin het sociale en ruimtelijke domein samenwerken. De buitenruimte is daarmee niet wat overblijft nadat de gebouwen zijn ingetekend, maar wordt zelf als maatschappelijke voorziening geprogrammeerd. Groen, routes en verblijfsplekken kunnen zo bijdragen aan ontmoeting, gezondheid en sociale veiligheid.

School als onderdeel van de wijk

Na de lunch bezoekt het netwerk een kleine school in de buurt. De plek laat bijna vanzelf zien waar veel gemeenten naar zoeken: een overzichtelijke school van 220 leerlingen met een grote oude boom op een groen plein dat niet alleen door de school, maar ook door de buurt wordt gebruikt. Het geeft reacties als: dit is wat we willen – een school die niet als afzonderlijk gebouw in de wijk staat, maar daar onderdeel van is.

 

Bij het plannen van voorzieningen moet ook rekening worden gehouden met veranderingen in de tijd. In nieuwe woongebieden groeit het aantal kinderen vaak snel, om later weer af te nemen. Een gemeenschapsgebouw waarin een school kan groeien en vervolgens ruimte kan maken voor andere functies, kan dan duurzamer zijn dan een gebouw dat voor één doel is ontworpen.

 

Ook bestaande scholen kunnen beter worden benut. Veel ruimtes worden maar een deel van de week gebruikt, terwijl in wijken behoefte bestaat aan ontmoeting en activiteiten. Meer gebruik is echter niet alleen een kwestie van de deuren openzetten. Er zijn heldere afspraken nodig over veiligheid, beheer, verantwoordelijkheden en kosten.

Rotterdam legt de plannen over elkaar

In de middag vertellen Jantine van Drimmelen en Hendrik Posthouwer over de ontwikkeling van integrale huisvestingsplannen in Rotterdam. Verschillende beleidsdomeinen maakten tot nu toe vooral hun eigen plannen voor onderwijs, sport, cultuur, welzijn, zorg, concernhuisvesting en parkeren.

 

Die sectorale plannen brengen de vervangings-, uitbreidings- en investeringsopgaven goed in beeld. De gemeenteraad heeft gevraagd om een volgende stap: de plannen niet alleen per domein, maar ook integraal en per gebied te bekijken.

 

Rotterdam werkt daarom aan integrale huisvestingsplannen voor dertien gebieden. Door de sectorale plannen geografisch over elkaar heen te leggen, worden kansen zichtbaar die binnen één beleidsdomein gemakkelijk buiten beeld blijven.

Een school die moet worden vervangen kan bijvoorbeeld worden verbonden met een Huis van de Wijk, sport, cultuur of een andere maatschappelijke functie. Soms is het verstandig een project naar voren te halen omdat zich een koppelkans voordoet. In een ander geval moet een investering juist worden uitgesteld. Integraal werken betekent niet dat alles automatisch wordt gecombineerd, maar dat keuzes gezamenlijk en vanuit de maatschappelijke opgave worden gemaakt.

 

Een integraal huisvestingsplan mag bovendien geen optelsom worden van alle sectorale wensen. De kernvraag blijft wat de gemeente met haar investeringen in een gebied wil bereiken. Welke beweging is nodig, wat moet er voor bewoners veranderen en welke combinatie van gebouwen, buitenruimte en programma draagt daaraan bij?

Samenwerken over grenzen heen

De Rotterdamse aanpak maakt duidelijk dat integraliteit niet alleen een inhoudelijke, maar vooral ook een organisatorische opgave is. Opgavemanagers hebben ruimte nodig om over beleids- en afdelingsgrenzen heen te kunnen werken. Daarvoor zijn een heldere opdracht, tijd, mandaat, bestuurlijke steun en geld nodig.

 

Belangrijk ook dat de domeinen hun eigen planning, middelen en belangen bespreekbaar maken. Rotterdam ondersteunt deze manier van werken met een eigen leergang, begeleiding en coaching. Medewerkers gebruiken niet alleen andere instrumenten, maar leren ook anders samenwerken.

 

Ook de financiering vraagt aandacht. Een koppeling kan het totale project duurder maken, terwijl de meerwaarde over meerdere domeinen wordt verdeeld. Belangrijk om naast de bouwkosten tijdig na te denken over programmering, beheer en exploitatie. Zonder middelen voor activiteiten en samenwerking kan ook een integraal ontworpen gebouw uiteindelijk sectoraal functioneren.

Een gezamenlijk verhaal

Gemeenten lopen bij meervoudig gebruik, het verduurzamen en financieren tegen vergelijkbare obstakels aan. Wat willen we onszelf, de VNG en het Rijk hierin meegeven? Rond onderwijshuisvesting hebben we het dan over de bekostiging en de wetgeving, het idee van één grote pot om flexibel, doelgericht en doelmatig de panden in te kunnen zetten spreekt ook aan. En dat sluit ook weer aan bij een idee dat leeft in het Watertorenberaad en waar we nog een tekstvoorstel van krijgen. Bouwstenen neemt dat mee naar Den Haag. Kortom een zinvolle en inspirerende dag. 

 

 

Wat volgt?

Van alles aan netwerk en ontwikkelwerk. Graag tot ziens op 3 december 2026 tijdens de Maatschappelijk Vastgoeddag. En neem vooral ook je wethouder mee want voor hen is er ook een mooi programma.

Image

Meer informatie

  • Netwerk: Beleidsmedewerkers
  • Presentatie: Maak geen betere gebieden. Maak een betere stad. (Gemeente Breda, september 2026)
  • Presentatie: Van sectoraal naar opgavegericht werken (Gemeente Rotterdam, september 2026)
  • Presentatie: Bouwstenen en Marc van Leent (Bouwstenen, september 2026)