LinkedInYouTubeTwitter

EPBD en EED: wat is nieuw?

EU

Wat betekenen de Europese richtlijnen concreet voor het vastgoed van gemeenten en scholen? We vroegen het aan Inka Vogelaar, projectleider energietransitie, Ministerie van VRO. Zij licht toe wat er verandert en waar gemeenten nu rekening mee moeten houden.

Energie-efficiënte overheid

Overheidsinstanties spelen een belangrijke rol in de overstap naar duurzame energie en het behalen van de klimaatdoelen. Vanaf 2026 moeten zij minder energie gebruiken en hun gebouwen verduurzamen. Dit vloeit voort uit Europese richtlijnen (EED III en EPBD IV). 

 

Op grond van de EED moeten overheidsinstanties gezamenlijk jaarlijks 1,9% energie besparen en 3% van hun vloeroppervlak naar een hoog niveau verduurzamen. Deze renovatieverplichting hangt nauw samen met de herziene Europese Energy Performance of Buildings Directive, die inzet op Zero Emission Buildings voor zowel nieuwbouw als bestaande bouw.

 

In de EPBD zijn de eisen aangescherpt om het doel van een emissievrij gebouwenbestand in 2050 haalbaar te maken door onder meer in te zetten op het verbeteren van gebouwen met een slechte energieprestatie. 

Verduurzaming bestaande bouw

In 2050 moeten alle bestaande gebouwen in Nederland Zero Emission Buildings (ZEB) zijn, wat betekent dat ze geen CO2 uitstoten en aardgasvrij zijn. De energieprestatie van gebouwen is het uitgangspunt voor renovatiestrategieën en kwaliteitsverbetering. De focus in de EPBD ligt op het in een keer of stapsgewijs behalen van ZEB. De regels worden stapsgewijs ingevoerd vanaf mei 2026, met eisen voor energielabels bij renovatie, laadpunten en zonne-energie. 

 

Met de invoering van minimale energieprestatie-eisen voor gebouwen worden duidelijke tussendoelen gesteld richting 2030 en 2033.

Voor utiliteitsgebouwen – waaronder onderwijs, sport en andere gebouwen met een maatschappelijke functie – geldt dat landelijk gezien: 

  • in 2030 de slechtste 16% moet zijn verbeterd;
  • in 2033 minimaal 26% moet zijn verbeterd.

Bij het uitwerken van deze eisen staat de energieprestatie van het gebouw centraal. Die vormt het uitgangspunt voor sturing op kwaliteit en verduurzaming.

Inka

 

“De energieprestatie van gebouwen blijft leidend bij de verduurzamingsopgave. Tegelijkertijd wordt in de praktijk steeds meer gekeken naar het werkelijke energiegebruik. Dat laat zien hoe een gebouw wordt gebruikt en hoe het in de praktijk presteert. Bij de uitwerking van de minimale energieprestatie voor gebouwen wordt daarom gedacht aan een duaal systeem: primair sturen op energieprestatie, met ruimte om ook op werkelijk energiegebruik te sturen”, zegt Inka. Voor gemeenten betekent dit dat het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed niet alleen een technische, maar ook een beheer- en gebruiksvraag wordt.

 

Op 5 maart licht Inka tijdens de bijeenkomst van het netwerk Verduurzamers in Tilburg de verplichtingen vanuit het Rijk toe. Aanmelden kan onderaan in het gele kader op deze pagina.

 

Verder goed om te weten: 

Stapsgewijs vanaf 29 mei 2026

Nieuwe eisen gelden voor bouwprojecten waarvoor na 29 mei 2026 een omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Voor lopende projecten kan het daarom strategisch zijn om aanvragen nog vóór die datum in te dienen. 
De invoering van de EPBD IV verloopt gefaseerd:

  • Tranche 1: invoering van de eerste technische verplichtingen, zoals laadinfrastructuur, zonnepanelen en gebouwautomatisering, per 29 mei 2026.
  • Tranche 2 en 3: verdere uitwerking, met internetconsultatie in 2026 en aanpassing van regelgeving in 2027.

In deze fasen wordt ook toegewerkt naar het begrip Zero Emission Building (ZEB): gebouwen die netto geen emissies meer veroorzaken. 

Wat is er verder nog nieuw?

  • Zonne-energie op gebouwen

Voor (overheids)gebouwen worden zonnepanelen verplicht. Dit geldt vanaf 2028 ook zonder ingrijpende renovatie. De benodigde opwek wordt berekend op basis van de bruikbare vloeroppervlakte (BVO). Uitzonderingen zijn mogelijk als plaatsing technisch niet haalbaar is of als de terugverdientijd langer is dan tien jaar.

 

  • Mobiliteit: laden en fietsen

Bij nieuwbouw en ingrijpende renovatie worden fietsparkeerplaatsen verplicht. Bij twintig parkeerplaatsen geldt de verplichting om minimaal twee laadpunten te realiseren, óf om leidingdoorvoeren aan te leggen voor tien parkeerplaatsen. Laadpunten moeten geschikt zijn voor slim laden en waar passend ook voor bidirectioneel laden (laden én terugleveren aan het net).

 

Ook bij bestaande gebouwen zonder renovatie ligt de nadruk op het realiseren van laadpunten of minimaal de infrastructuur (voorbekabeling). Netcongestie is hierbij geen reden om niets te doen.

 

  • Slimmere gebouwen en inzicht in gebruik

De EPBD IV introduceert strengere eisen voor gebouwinstallaties, zoals verplichte zelfregulerende verwarming en koeling. Daarnaast wordt een Gebouwautomatiserings- en controlesysteem (GACS) verplicht:

  • voor grote gebouwen vanaf 1 januari 2026;
  • voor middelgrote gebouwen vanaf 2030.

Deze systemen maken het mogelijk om energiegebruik continu te monitoren en ondersteunen daarmee de koppeling tussen energieprestatie en het daadwerkelijke gebruik.

 

  • Energielabels

Ook het energielabel verandert. Vanaf 2030 blijven alleen labels A tot en met G over. Voor overheden geldt dat zij voor alle gebouwen in eigendom van de overheid een energielabel moeten hebben. Een label is daarnaast verplicht bij ingrijpende renovatie en bij verlenging van huurovereenkomsten. Monumenten zijn niet langer uitgezonderd. De labels bevatten daarnaast nieuwe informatie, zoals het energiegebruik en de operationele CO₂-uitstoot. Nieuw is ook de introductie van label A0 voor toekomstige Zero Emission Buildings.

 

  • Sturen op samenhang en levenscyclus

Gemeenten krijgen ruimte om gebouwen in samenhang te verduurzamen, in plaats van elk gebouw afzonderlijk. Met een portefeuilleaanpak kan een gebouw tijdelijk achterblijven, zolang het totale vastgoed sneller verduurzaamt dan wettelijk vereist. Het aantonen van naleving is flexibel: via een energielabel, inzicht in energiegebruik of een overzicht van genomen maatregelen. Voor nieuwbouw komt daar een extra dimensie bij: sturen op de CO₂-impact over de hele levenscyclus van het gebouw.

Sturen, monitoren en verantwoorden

Wat voor het maatschappelijk vastgoed nu vooral belangrijk is, is dat het niet alleen gaat om het energielabel, maar ook om het feitelijk energiegebruik van een gebouw. Dat geeft aan de ene kant een extra verplichting, maar aan de andere kant ook een kans om gerichter op energiegebruik te sturen. In Bouwstenen-verband hebben we daar al diverse voorbeelden van verzameld en houvast voor ontwikkeld. Deze zijn op onze site te vinden en ook vertaald naar de "Handreiking Paragraaf Kapitaalgoederen". “Een waardevol instrument om inzicht te krijgen in de opgave van het maatschappelijk vastgoed in de gemeente”, zegt Inka in onderstaande video.

 

 

Meer weten of meedoen?

Binnen Bouwstenen wisselen gemeenten kennis en ervaring uit op het gebied van de verduurzaming. Op 5 maart 2026 is de eerstvolgende netwerkbijeenkomst. Inka zal daar de nieuwe regels toelichten.

 

Is jouw gemeenten nog geen lid van het netwerk verduurzamers en wil je aansluiten? Neem dan contact met ons op via 033-258 4337 of info@bouwstenen.nl.


Yes you can oranje

Meer informatie

  • Webinfo: Europese Richtlijn energieprestatie van gebouwen EPBD IV (RVO, 2026)
  • Webinfo: Energie-efficiënte overheid (RVO, 2026)
  • Webinfo: Verduurzamen in zeven stappen
  • Publicatie: Handreiking paragraaf kapitaalgoederen
  • Webinar: Sturen op energiegebruik

     

Reactie toevoegen

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
CAPTCHA
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.