Vóór 1 december moeten alle overheidsinstanties via het eLoket van de RVO over hun energieverbruik rapporteren. Daarna elke vier jaar opnieuw. “De nieuwe energierapportageplicht is goed te doen,” zegt Richard Gerritsen Mulkes, Adviseur Energie en Duurzaamheid bij gemeente Hellendoorn, “maar wel slim om vandaag al de eerste stappen te zetten.”
Zeker haalbaar
Deze rapportageplicht volgt uit de nieuwe Europese regels uit de EPBD IV en EED. “Als je van de plicht bent geschrokken, ben je niet de enige”, zegt Richard. “Veel mensen zeggen: ‘hoe krijgen we dit voor elkaar als we niet alle gegevens compleet hebben?’ Maar het is zeker haalbaar. Vooral als je al werkt met de CO₂-prestatieladder.”
Je hoeft niet meteen alles perfect op orde te hebben en veel is al voor je ingevuld. De grootste opgave zit in het verzamelen, controleren en organiseren van de informatie binnen je eigen organisatie. Als je die basis op orde brengt, ben je al ver.
Kern van de regeling
De rapportageplicht heeft betrekking op het energiegebruik over 2021 (referentiejaar) en 2025 (eerste rapportagejaar). Het energiegebruik geef je op per gebouw, deel van een gebouw of cluster van gebouwen, in de eenheid van de energiedrager: elektriciteit bijvoorbeeld in kWh, aardgas in Nm3 en warmte in GJ.
Verder moet de gemeente aangeven welke energiebesparende maatregelen ze tot en met 2030 wil uitvoeren. Als de gemeente verwacht dat het energiegebruik op onderdelen juist toeneemt, moet ze dit ook melden. Je moet wel e-Herkenning 2+ hebben om in te kunnen loggen bij de digitale portal waar het rapport moet worden ingediend.
Energiecoördinator aanstellen helpt

Richard is energie- en CO₂-coördinator. In die rol is hij verantwoordelijk voor het energiebeheer van de gemeentelijke aansluitingen, de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed en de coördinatie van de CO₂-reductie binnen de hele organisatie. Zijn advies is dan ook: stel één energiecoördinator aan die verantwoordelijk is voor de inkoop, het beheer en de monitoring van alle energieaansluitingen. “Daarmee krijg je grip op de energiestromen en controle op de energiekosten.”
Daarnaast adviseert Richard om snel in beeld te brengen waar de relevante data zit. “Begin met het lokaliseren van de data-eigenaren van vastgoed, mobiliteit en vervoer en niet-gebouwgebonden activiteiten, zoals openbare verlichting, rioolgemalen en parkeervoorzieningen.”
CO₂-Prestatieladder
Richard: “Als je gecertificeerd bent voor de CO₂-prestatieladder, is dit een groot voordeel, want dan heb je de data voor de meeste relevante energiestromen al op orde. Wellicht dat alleen zakelijk vervoer nog in kaart moet worden gebracht.”
Ook gehuurde gebouwen
Per gebouw moet je de basisgegevens op orde hebben: adres, gebruiksoppervlak, eigendomssituatie, gebruiksfunctie en, bij eigen gebouwen, of het een monument is.
Het gaat daarbij niet alleen om gebouwen die van de gemeente zijn, maar ook om gebouwen die je gebruikt. Daaronder vallen dus ook gehuurde gebouwen. Juist daar zitten in de praktijk vaak de uitdagingen. Gegevens over gehuurde panden zijn regelmatig versnipperd aanwezig, bijvoorbeeld bij vastgoed, facilitair beheer, financiën of bij de verhuurder.
Clusteren en schatten
Gebouwen en verbruiken mag je clusteren als je ze niet afzonderlijk kunt opgeven. Wanneer je niet precies weet wat het verbruik is, geef je een schatting. Daarbij geef je ook aan of je ingevulde gegevens exact zijn of een schatting. Je hoeft dus niet eerst een volledig dichtgetimmerd datasysteem op te tuigen voordat je kunt beginnen. Je moet vooral zorgen dat je gegevens verdedigbaar zijn.
Gebruik de routekaart
Richard: “Gebruik de voor jouw gemeente opgestelde Routekaart Gemeentelijk Maatschappelijk Vastgoed om maatregelen te formuleren. Ook uit opgestelde energieprestatiemaatwerkadviezen die de gemeente zelf heeft laten maken, kan veel informatie worden gehaald ten behoeve van de rapportage.”
In de bijlage van de handleiding Energie-efficiënte overheid van RVO lees je hoeveel energiebesparing dat per energielabelstap oplevert.
Apart rapporteren niet nodig
Goed om te weten: niet alles komt via een aparte uitvraag bij jou terecht. Voor de verplichting om jaarlijks 3% van het vloeroppervlak van overheidsgebouwen te renoveren, geldt geen aparte rapportage per individuele gemeente. Daarvoor worden bestaande gegevens gebruikt. Dat scheelt ook.
Het levert ook wat op
Deze rapportageplicht vraagt werk, maar het is ook een kans. Je hebt straks je vastgoeddata nog beter op orde en krijgt meer zicht op de energieprestatie van je gebouwen. Informatie over verbruik die eerder versnipperd bleef, of lastig bespreekbaar was, komt nu wél boven tafel. Dat helpt niet alleen bij de verantwoording, maar ook om gerichter te sturen op verduurzaming, kosten en comfort.
Ook meedoen?We bespreken dit onderwerp in diverse netwerken en vanuit verschillende invalshoeken. Ook ligt er een mooie link tussen deze rapportageplicht en de handreiking paragraaf kapitaalgoederen.
Ben je nog geen lid van dit netwerk? Stuur dan een mail naar info@bouwstenen.nl en zorg dat je er de volgende bijeenkomst ook bij bent. |
Meer informatie
- Netwerk: Verduurzamers
- Rapport indienen: Energie-efficiënte overheid (RVO, 2026)
- Handleiding: Handleiding Energie-efficiënte overheid (RVO, 2026)
- Routekaart: Sectorale Routekaart Gemeentelijk Maatschappelijk Vastgoed 2026 (VNG, 2026)
- Publicatie: Handreiking Paragraaf Kapitaalgoederen (Bouwstenen)
- Webinfo: Energiecoördinator






